Er was eens, lang geleden, een veearts die alles wist over dieren. Hij woonde in Yorkshire, het verre noorden van England, en hij reed dag en nacht rond om boeren en hondenliefhebbers te helpen als één van hun dieren ziek was. Hij moest het nog redden met zeer primitieve middelen : nauwelijks antibiotica, dikwijls zeer afgelegen woningen, meer regen dan zon. En toch slaagde hij er meestal in om met al zijn energie en kennis die dieren te helpen.

Blijkbaar had hij niet alleen kennis van de dieren, maar ook van de mensen. Hij werkte zo aanstekelijk dat telkens als het ware ook de mensen een energiestoot kregen zodat het dier er samen met zijn eigenaar versterkt uitkwam.

Deze, allicht wat verbloemde,  verhalen van James Alfred Wight, alias James Herriot,  zijn te zien in de TV-serie “All Creatures Great and Small” of te lezen in zijn boek “If only they could talk”. Wat een verschil met de hedendaagse dierenartsenseries. Mooi, stijlvol, afgeborsteld. Alsof er voor elk probleem wel een specialist of pilletje bestaat dat de mensen en hun huisdier verlost van hun zorgen. Het beeld van de moderne consumptiemens : ook voor uw huisdier kan u gaan shoppen op zoek naar probleemoplossers zodat u als eigenaar niet verder hoeft na te denken. Saai, emotieloos, onnatuurlijk.

Gelukkig leert de mens uit zijn fouten. Het idee groeit dat in de eerste plaats de eigenaar moet zorgen voor het geluk van zijn huisdier. En dat hij zelf bewust moet kiezen welke mensen hem of haar moeten helpen om daar voor te zorgen. En één van die helpende mensen is de dierenarts.

Met deze visie ben ik begonnen als dierenarts en met deze visie werk ik nu nog steeds.

Als boerenzoon ben ik opgegroeid tussen de dieren en was ik gefascineerd om deze dieren te kunnen genezen. Genezen, dat was wat ik wou leren. Ik besefte toen nog niet dat ziekten niet zomaar ontstaan omdat microben of iets anders vreemds een lichaam aantasten. Want dat had men mij geleerd.

Ik heb de eerste jaren dag en nacht gewerkt en geleerd om zoveel mogelijk ziekten en problemen weg te werken. Spuiten, pilletjes, operaties. Het was een erg boeiende periode want bij elk succes kreeg ik het gevoel die onverbiddelijke natuur te slim af te zijn. Bij elk falen ging ik op zoek naar het waarom.

De kennis van onze westerse geneeskunde met zijn vele onderzoeksmogelijkheden en zijn vele chemische geneesmiddelen maken veel mogelijk. Ziektesymptomen kunnen soms op spectaculaire manier opgelost worden. Soms lijk je wel God de tovenaar, al weet je dat het vooral via die middeltjes is.

Maar na wat jaren sloop de twijfel naar binnen. Waarom wordt in een stal runderen het ene rund ziek en niet die andere? Waarom genees ik dat ene dier wel met die behandeling en waarom niet dat andere met dezelfde ziektesymptomen?

Dit bracht mij in contact met de andere, zo gezegde alternatieve, geneeswijzen. Eerst even proeven van de fytotherapie(kruidengeneeskunde) die nog dezelfde denkwijze hanteert dan onze gewone Westerse geneeskunde. Daarna heb ik mij verdiept in de homeopathie. De oh zo verguisde homeopathie. De kwakzalver onder de kwakzalvers. Met deze gedachte was ook ik begonnen aan deze leer . Want hoe kan iets verdund tot er geen enkele molecule overblijft, nog werkzaam zijn?

De studieperiode was op zichzelf al een hele openbaring. Voor het eerst werd een individu niet meer verdeeld in onderdelen waar telkens iets aan kon mankeren. In homeopathie wordt er uitgegaan van het individu zelf. Er wordt gekeken welke eigenschappen dit individu heeft in zijn lichamelijke, mentale en emotionele aspecten en met welk homeopathisch middel dit het meest overeenkomt. Alle elementen in de natuur, mineralen, planten en dieren hebben een bepaalde resonantie en daar aan gekoppelde eigenschappen. Het is de kunst om in de patiënt via de ziektesymptomen, ziekteverloop en andere eigenschappen te zien welke overeenkomst er is met het overeenstemmende homeopathische middel.

Wij en alles in de natuur worden constant aangevallen door uitwendige factoren: bacteriën, virussen, koude, gifstoffen, etc. Er ontstaat pas ziekte als deze factor er in slaagt om het individu uit evenwicht te krijgen. Hoe sterker de uitwendige factor des te groter de kans op ziekte. Hoe zwakker het individu, des te groter ook dan de kans op ziekte. En bepaalde factoren zijn voor bepaalde individuen meer belastend dan andere.

Homeopathie is dus een vorm van energetische geneeskunst. Er wordt uitgegaan van de energie van het individu. Met een energie-duwtje in de rug moet de energie van het individu zelf het evenwicht herstellen. Hoe gepaster dat duwtje in de rug, des te efficiënter dit herstel.

Het belangrijkste als arts is om te merken hoe groot de innerlijke energie van het individu is en hoe schadelijk de uitwendige factor is. Als de verstoring heel erg is en er levensgevaar dreigt, dan moet je, op zijn minst tijdelijk, deze werkwijze verlaten en overschakelen op de klassieke geneeskunde die met onderdrukkende medicatie de symptomen kan doen verdwijnen. Klassieke medicatie zoals antibiotica, pijnstillers, ontstekingsremmers of cortisone genezen niet het individu maar genezen de ziektesympomen. Als het individu sterk genoeg is dan kan deze bevrijding van de symptomen hem of haar op weg zetten om zichzelf te genezen. Als het niet sterk genoeg is, dan komen de symptomen terug. Dus zeker bij herval van symptomen moet er een diepgaander onderzoek gebeuren.

Normaal betekent dit diepgaander onderzoek in de eerste plaats de klassieke onderzoeken zoals bloedonderzoek, RX, echografie. Deze kunnen fysische afwijkingen aantonen. Als er geen afwijkingen te zien zijn ondanks aanwezige klachten, dan spreken we van functionele klachten. Vooral voor deze klachten zijn de homeopathie of andere energetische therapieën geschikt. Want deze klachten zijn niet imaginair, zijn zeker bij dieren geen hersenspinsels, maar zijn dikwijls de eerste tekens van een chronische aandoening. Deze mogen niet weggemoffeld worden maar moeten hersteld worden.

Homeopathie vraagt veel tijd en energie maar helpt mij om de patiënt beter te begrijpen en ook de omstandigheden waarin die leeft, samen met zijn eigenaar. Vooral de leefwijze en de voeding zijn hierin belangrijk. Homeopathisch behandelen betekent niet alleen het geven van een middel, maar vooral trachten te begrijpen wat er juist omgaat in de patiënt. Want ieder individu is verschillend.

Om het verband tussen individu en uitwendige factoren beter te begrijpen, heb ik me dan ook enkele jaren verdiept in de Chinese geneeskunde en zijn acupunctuur. Acupunctuur is het meest bekende, maar het is vooral hun visie op de ziekteleer en het ziekteproces dat heel boeiend is. Via hun denkwijze begrijp ik heel wat symptomen beter en kan ik die ook beter in verband brengen met andere symptomen of met de algemene toestand van het individu. Zij maken duidelijk hoe belangrijk onze voeding wel is. Want voeding is niet alleen opnemen van eiwitten, koolhydraten, vetten en dergelijke, maar is vooral ook innemen van energie. De juiste voeding voorziet meer in energie en houdt een lichaam veel meer in evenwicht.

Met mijn opgedane kennis over klassieke en holistische geneeswijzen en met mijn eigen energie tracht ik de dieren en hun ziekte beter te begrijpen en probeer ik hen beter in evenwicht te houden zodat ze een betere gezondheid mogen hebben. 

De patiënt als individu bekijken en al zijn klachten en kenmerken als één geheel bekijken, dat noemt men holistische geneeskunde.

Uiteraard hoeft niet iedere dierenarts overtuigd te zijn van deze holistische geneeswijzen om een goede dierenarts te zijn, maar iedere goede dierenarts moet wel, al of niet bewust, holistisch werken.

Dr. Geert Adriaenssens