Ook de cavia zien we geregeld in de praktijk.

Zij hebben geen speciale vaccinaties nodig.

Maar zij hebben ook hun eigen problemen. Hieronder geef ik, via een artikel door mij geschreven, een overzicht van hun natuur en problemen.

Klasse : Mammalia (zoogdieren)
orde : Rodentia (knaagdieren)
Familie : Caviidae (cavia’s)
Geslacht en soort : Cavia Porcellus (tam Guinees biggetje)

Oorsprong en voorkomen

De cavia, of ook wel “Guinees biggetje” genaamd is omstreeks de 16e eeuw in Europa geïmporteerd vanuit Zuid-Amerika. De “wilde variant”, de zogenaamde rotscavia’s, leven in droge steenachtige gebieden in Brazilië, zich verschuilend onder rotsblokken en in spleten bij naderend gevaar.
Door de Inca’s werden deze dieren als huisdier gehouden voor de vlees- en leerproductie. Vandaag is het in Peru nog steeds een dure delicatesse.
De cavia is een knaagdier. Dit wil dus zeggen dat de cavia zowel bovenaan als onderaan één paar snijtanden heeft. Hij heeft een ronde, wat dik aandoende bouw. Gemiddeld zijn de cavia’s 30cm lang. De oren zijn klein en niet behaard. Tussen de achterpoten heeft het zeugje maar twee tepels. Cavia’s hebben geen zichtbare staart maar er zijn nog wel enkele staartwervels aanwezig.
Cavia’s zijn vooral in de schemering en ‘s nachts actief, in groepen van 5-10 dieren wordt voedsel gezocht. Cavia’s wonen in holen die ofwel zelf gegraven worden ofwel “gekraakt” worden.

Voortplanting

Het leuke bij de voortplanting van cavia’s is dat de jongen zogenaamde nestvlieders zijn. Dit houdt in dat ze al binnen een paar dagen vast voedsel tot zich kunnen nemen, rondrennen en er uit zien als een miniatuurcavia.
Omdat het zeugje al zeer snel na de geboorte weer in oestrus komt en gedekt kan worden kan een zeugje wel tot 15 jongen per jaar voortbrengen.

Meestal past men de polygame fok toe. Dan wordt er één beertje bij 4-5 zeugjes gehouden. De grootte van de groep is afhankelijk van de grootte van het hok. Een beertje is geslachtrijp op ongeveer 9 weken en een zeugje op 5 weken. Maar er wordt best gewacht met kweken met zowel het beertje als het zeugje tot ze 4 maand is. Bij een nestje cavia’s is het aangeraden de beertjes reeds op 4 weken weg te halen bij de moeder omdat ze anders hun eigen moeder zouden kunnen dekken.
De draagtijd is ongeveer 65 dagen. Hoe groter het nest, hoe korter de draagtijd. De moeder kan 100% in gewicht toenemen.

Cavia’s maken geen nest, maar verschuilen zich in het hooi. Meestal bestaat een nest uit 3-4 jongen, maar soms kunnen het er wel 6 zijn. Als het geboortegewicht echter lager is dan 50 gram, hebben ze weinig kans om te overleven. De jongen zuigen maar een drietal weken en kunnen al heel snel vast voedsel opnemen.

Cavia’s wegen ongeveer 100 gram bij de geboorte en groeien op tot 950-1200gr voor een beertje en 700-850gram voor een zeugje.

Cavia’s kunnen soms tot 10 jaar oud worden.

Huisvesting en verzorging

Cavia’s kunnen in een groepje gehouden worden van 1 beertje met maximaal 7 vrouwtjes. Er stelt zich dan een hiërarchie in en worden vechtpartijen voorkomen. Als er veel wisselingen in de groep voorkomen of een aantal cavia’s wordt zomaar bij elkaar gezet dan leidt dit tot vechtpartijen. Soms helpt het om het beertje te laten castreren.

Bij het uit de kooi nemen van een cavia moet men er zich van bewust zijn dat een cavia, in tegenstelling tot een rat of muis, niet zo slim is om het einde van een tafeloppervlak of een aanrecht te herkennen. Dit betekent in de praktijk dat een cavia gemakkelijk van tafel valt. Men moet kinderen dan ook leren om met een cavia op de grond te gaan zitten en het dier aldaar te voeren, verzorgen of eventueel te “knuffelen” met behoud van het respect voor het dier.

De aanbevolen minimale afmetingen voor een caviakooi zijn: 60x60x40 (lxbxh) of 100x50x40 cm voor twee dieren.
De kooi dient van kunststof te zijn in verband met de knaaglust van een cavia en de hygiëne.
Als bodembedekking kan men gebruik maken van de volgende materialen: hooi, houtvezel, papier. Stro liever niet omdat dit soms te hard is en soms oogkwetsuren kan veroorzaken . Deze bodembedekking dient regelmatig verschoond te worden en de kooi moet af en toe gereinigd worden.
Een goede omgevingstemperatuur voor de cavia bedraagt 18-24 C. Lage temperaturen vormen niet snel een probleem. Hoge temperaturen kunnen vooral voor drachtige zeugjes problematisch zijn.
Tocht kan heel gemakkelijk de cavia ernstig ziek maken zodat er voor een tochtvrije plaats gezorgd dient te worden.

Een cavia vindt het aangenaam om enkele schuilplaatsen te hebben, hierin kunnen bijvoorbeeld stenen bloempotjes goed voorzien.

Het water kan het best gegeven worden in een geglazuurd aardewerken bakje. Dit omdat cavia er de vieze gewoonte op na houden om hun mond te spoelen en het vervolgens weer in de drinkfles terug te spuwen. Dit is niet alleen onhygiënisch maar door kleine deeltjes kan de drinknippel gaan lekken waardoor vervolgens de fles leegloopt in de kooi.

De verzorging omvat vooral het gebit :kan de cavia nog alles eten?; de vacht :goed op kale plekken en jeuk letten; de nagels: regelmatig knippen voorkomt misvormde nagels; men dient te letten op de ontlasting : bij maagdarmstoornissen moet men snel ingrijpen.

Voeding

Een cavia dient altijd te kunnen beschikken over vers hooi, dit is van belang voor een goede werking van het maagdarmkanaal.

Als vers groenvoer kan dienen: paardebloem, klaver, weegbree en gras. Groente en fruit kan men ook geven en wel: boerenkool, koolraap, wortelen, appel en peer.

Ook oud brood wordt een lekkernij gevonden en de volgende granen kan men een cavia geven: gerst, haver, en tarwe.

Op wilge- en beuketakken kan de cavia zijn knaagbehoefte botvieren en voorziet zich door het eten van de bast ook nog met vitaminen.

Deze extra “groenvoorzieningen” zijn van wezenlijk belang voor de cavia omdat het dier niet in staat is om zelf vitamine C te maken. De volledige behoefte dient dan ook door de voeding gedekt te worden. Dit is ook de reden dat konijnenvoer absoluut ongeschikt is voor de cavia omdat in de regel aan dit voer geen vitamine C wordt toegevoegd.

Voert men een caviakorrel, of een zaadmengsel speciaal voor cavia’s, dan dient men te controleren of dit voldoende is voorzien van vitamine C. De dagelijkse behoefte van een cavia bedraagt 10 mg/kg lichaamsgewicht.

De waterbehoefte van een cavia bedraagt ca. 50-100 ml water per dag, afhankelijk van de voeding en omgevingstemperatuur.

Voedsel en water kunnen in geglazuurde of roestvrij stalen bakjes worden aangeboden. Groenvoer en hooi kunnen het best in een ruifje van gaas worden aangeboden om vertrappelen en vuil worden te voorkomen.

Cavia’s hebben een gevoelig maagdarmkanaal en men moet dus voorzichtig zijn met al te snelle voederwisselingen.                                                                                

Ook een cavia eet de in de nacht geproduceerde zachte keutels op. Dit verschijnsel heet coprofagie en hiermee voorziet de cavia zich van bepaalde voedingsstoffen die door bacteriën in de dikke darm gemaakt worden.

Enkele belangrijke ziekten

VITAMINE C TEKORT
Vitamine C vervult bij vele processen in het lichaam een belangrijke functie. Het is onder andere van belang voor de weerstand tegen allerlei infectieziekten. Zoals reeds vermeld maken cavia’s zelf geen Vitamine C aan en moeten zij het uit hun voeding halen.
.
HUID EN VACHT
Mijt of schimmel
Cavia’s zijn gevoelig voor infecties met mijten. Deze gaan gepaard met heftige jeuk en de huid wordt tot bloedens toe open gekrabd. Als de jeuk erg hevig wordt, kan de cavia zelfs een epilepsieaanval krijgen. Cavia’s hebben de mijten bij zich en hebben er normaal geen last van. Bij een weerstandsdaling (vitamine C-tekort!) ontstaan de problemen. De letsels mogen niet verward worden met huidschimmelinfectie. Dit geeft evenwel meer kaalheid aan de kop en minder jeuk. Daarom is het best om met huidklachten toch maar naar de dierenarts te gaan.

Kale Plekken

Tekort aan ruwe celstof, dat vooral via hooi wordt verkregen, kunnen haaruitval veroorzaken.                                          

Bijtwonden kunnen kale plekken geven. Dit zien we vooral als ze te weinig ruimte hebben.

TANDAFWIJKINGEN
Ten gevolge van een vitamine C tekort of een verstoorde mineralenbalans kunnen de elementen in de kaak een afwijkende stand aannemen. Omdat de tanden en kiezen blijven doorgroeien kunnen weefsels, met name de tong, door deze afwijkende elementen beschadigd worden. De cavia krijgt dan diarree omdat hij nog maar beperkt voedsel op kan nemen en dit voedsel niet meer goed kan voorbereiden door kauwen. De dierenarts moet de mondholte dus steeds goed inspecteren.

VOORHUIDONTSTEKINGEN
Bij de beer kan zich een voorhuidontsteking voordoen die een gevolg is van het ophopen van gruis en / of stof in de voorhuid. Met de keuze van een stofvrije bodembedekking kan deze kwaal voorkomen worden.

ZWANGERSCHAPSVERGIFTIGING                                                                                                                       Wanneer zeugjes te vet zijn kunnen zij op het einde van de dracht plots erg ziek worden en helemaal verzwakken. Dit is bijna steeds fataal voor zeugje en jongen. Laat uw cavia dus nooit te vet worden.

BACTERIELE ZIEKTEN Uiteraard zijn er nog verschillende ziekten die kunnen veroorzaakt worden door bacteriën, zoals : Salmonellose, Streptococcose, Colibacillose, Pasteurellose. Gebruik evenwel nooit zelf antibiotica want ook cavia’s reageren hierop bijzonder gevoelig. Laat dit over aan uw dierenarts als het nodig blijkt te zijn.

In de praktijk worden ook nog andere, minder courante, huisdieren verzorgd. Zoals :

                          hamster

                          muis

                          rat

                          fret

                          gerbil

                          chinchilla